Lijfspreuk

"Tuinieren is de meest therapeutische, ecologische en opstandige daad
die je voor jezelf, je gezin en de maatschappij kan verrichten"
(Filip Muylle - Bliss)

zaterdag 30 juni 2018

Bessen beschermen met een tijdelijke fruitkooi

Fruitkooi bescherming bessen tegen vogels

Als je bessen kweekt moet je die beschermen tegen de vogels want ook zij zijn dol op die sappige vruchtjes. Gewone vogelnetten die groen of zwart zijn helpen effectief tegen vogels. Het nadeel is dat dit net overal hapert als je het wilt bevestigen. Hierdoor raak je wel eens hardhandig een tak waardoor je bessen op de grond vallen. Bovendien liggen die netten op de struiken waardoor de bovenste bessen doorheen de mazen van het net bereikbaar blijven voor de vogels.

Een oplossing is om het net te ondersteunen met een constructie van staven of buizen waardoor het net hoger komt. Zo’n fruitkooi is de perfecte oplossing om vogels te weren maar is helaas lelijk en neemt heel veel plaats in. De constructie is ook duur.

Wij zochten daarom naar een tussenoplossing die effectief, niet duur en zo ecologisch mogelijk was. We wilden een tijdelijke fruitkooi die we in de winter kunnen opbergen. Eerst dachten we aan metalen staven die we als omgekeerde U-vorm in de grond zouden steken. Het voordeel is dat je de vogelnetten snel en zonder hapering over het metaal kan schuiven. Nadeel is dat het materiaal te duur is. Als je de staven met zelf gekozen afmetingen wil verkrijgen, dan moet je de staven plooien. Dat is onmogelijk zonder gespecialiseerd materiaal en kost daarom ook weer heel veel in vergelijking met het simpele doel van de constructie.

Ons definitieve idee was als volgt. Op regelmatige afstand steken we kunststof buizen in de grond tot ze nog enkele cm uitsteken. We doen dit in twee rijen zodat we een rechthoekig perceel vormen. De diameter van de palen is net groot genoeg om er een vierkante paal van onbehandeld hout in te plaatsen . In de bovenkant van elke paal is een horizontaal gat geboord om een bout door te steken. De houten palen worden over de breedte van de rechthoek verbonden met palen van dezelfde dikte via bouten en vleugelmoeren. We noemen ze dwarspalen. Deze palen aan de bovenkant dienen als steun voor enkele vooraf gemaakte houten raampjes die met vierkant kippengaas bespannen zijn. De raampjes maken we met lint of rubbertouw vast aan de dwarspalen.
Over de bijna volledige omtrek plaatsen we tegen de constructie kippengaas van 50 cm hoogte. We laten één opening tussen twee verticale palen onbedekt. Dit wordt de deur. Over de volledige constructie spannen we dan fijnmazig vogelnet dat we onderaan verzwaren met oude houten palen. Om bessen te plukken hoeven we enkel wat vogelnet te verwijderen dat boven de deuropening ligt.

De reden waarom we onderaan kippengaas plaatsen en het vogelnet onderaan bedekken met houten palen is niet enkel om alle openingen te beschermen tegen vogels. De tweede reden is dat los vogelnet heel gevaarlijk is voor egels. Zij haperen met hun stekels heel makkelijk aan het losse net, raken er zo in verstrengeld en kunnen dan niet meer ontsnappen. Met fatale gevolgen. Dat hebben we helaas zelf ondervonden.

Omdat we de constructie slechts 2 à 3 maanden gebruiken tijdens de volle zomer ondervinden de houten palen weinig hinder van weersinvloeden. Het hout behandelen met ongezonde producten is dus totaal niet nodig. In de natte seizoen halen we immers alles uit elkaar en bergen we het materiaal compact op in het tuinhuis. Het volgend jaar kan alles gewoon opnieuw herbruikt worden.

Als je onze voorzorgen volgt bescherm je je bessen en de egel en kan je genieten van een overvloedige oogst! Wij gebruiken het systeem met succes voor onze Vacciniumbessen. Volgend jaar zullen we ook voor de Zwarte bessen en de Josta bessen iets dergelijks bouwen.

donderdag 31 mei 2018

Bonen zaaien in mei en juni



Vanaf half mei is de grond meestal warm genoeg om bonen in open lucht te zaaien. Bonen hebben namelijk een grondtemperatuur van minstens 10°C nodig om te kiemen want het zijn warmteminnende planten die oorspronkelijk uit Amerika komen. Wij hebben het in deze tekst specifiek over prinsessenbonen. In Nederland spreekt men van slabonen.

Wil je groeivoorsprong, dan zaai je boontjes van half april tot half mei eerst in potjes die je binnen plaatst of in een serre. Als je krachtige plantjes hebt in die potjes ga je ze uitplanten in open lucht.

Je kan kiezen voor struikbonen of stambonen die laag blijven. Wij verkiezen echter staakbonen of stokbonen die in de hoogte groeien langs takken. Het voordeel is dat je meer opbrengst hebt per vierkante meter en dat de bonen na een regenbui snel opdrogen en ook geen last hebben van opspattende modder. Ook de staken vinden wij heel goed passen in een ecologische moestuin. Zo’n begroeide natuurlijke constructie oogt heel mooi en het trekt bestuivende insecten aan.


Als je beslist om staakbonen te kweken moet je dus eerst de staken plaatsen vooraleer je kan zaaien. De meest ecologische werkwijze om staken te verkrijgen is wilgen planten in je tuin waarvan je de geknotte takken hergebruikt als bonenstaak. Je neemt best takken die minstens 3 meter lang zijn. Een halve meter wordt ingegraven en 2,5 meter dient  dan als steun voor de bonenplant.

Verwijder vooraf wel de bast van de onderkant van die takken tot er minstens 50 cm bastvrij is. Je doet dit door de bast in repen van de stokken te scheuren van onderen naar boven. Bewaar die repen tot straks. Het verwijderen van de bast is van belang om te verhinderen dat de wilgentakken scheuten beginnen te krijgen. Uit bast die onder de grond zit vormen zich namelijk wortels die dan voedsel opnemen om de knopen aan de bovenkant van de tak te doen uitgroeien tot scheuten en twijgen.

De ontbaste takken kan je per vier als een puntige piramide plaatsen. Laat dan een kleine meter tussen de stokken. Je kan ook de stokken per twee aan de bovenkant samenbinden met opnieuw een kleine meter tussen beide staken. Naast één duo staken kan je nog veel duo’s bijplaatsen als je maar 60 cm ruimte laat tussen alle duo’s. Voor de stevigheid verbind je dan alle toppen van die duo’s met een horizontale wilgenstok. Een bonenconstructie vangt immers veel wind. Voor het samenbinden van de wilgentakken gebruik je de repen bast die je bewaard hebt. Die repen zijn namelijk heel soepel en super sterk. Ze doen dienst als natuurlijk touw. Na enkele dagen zijn ze droog en keihard geworden. Hun knoop blijft minstens een jaar stevig.


Als je bonenstaakcontructie klaar is kan het zaaien beginnen. Maak de grond onder de staken goed los en zaai een vijftal bonen op een diepte van 2 à 5 cm. Een andere methode is om de zaden op de grond te leggen en daarna een vijftal cm losse aarde boven de bonenzaden te strooien.

Het is van belang om rond de bezaaide grond meteen een bescherming van kippengaas of tuindraad te plaatsen. Duiven zijn verzot op de zaden en op de jonge scheuten van bonen. Later als de bonen zich rond de staken hebben gewikkeld kan je de bescherming verwijderen.


De verdere zorg voor de bonenplantjes is eerst en vooral om ze water te geven in droge perioden. Doe dit door geultjes rond de plant te maken en het water in die geulen te gieten. Rechtstreeks water geven door van bovenaf te begieten is niet goed voor de bloemen. Als de planten al enkele bladeren hebben kan je ze ook aanaarden (= een hoopje aarde rond de onderkant van de stengel strooien) om de plant stevigheid te geven. Ook wieden zal af en toe nodig zijn. Zaaien kan tot half juli waardoor je een laatste oogst krijgt begin oktober. Op voorwaarde dat het in die periode mooi zomerweer blijft.

De eerste oogst kan je verwachten na een tweetal maanden. Dat is na half juli als je rond half mei zaaide. De weersomstandigheden zorgen uiteraard voor vertraging of vervroeging. Om oogstspreiding te hebben zaai je vanaf half mei om de twee weken per staak of per duo staken.
Bonen zijn een heel dankbare groente om te kweken en ze geven je echt een zomers gevoel in je moestuin. Veel plezier ermee!



vrijdag 20 april 2018

Minikas of miniserre om plantjes op te kweken

Transparante opbergbox als miniserre of minikas

Gebruik een transparante opbergbox als miniserre of minikas om je plantjes op te kweken. Dikwijls gooien mensen zo’n box weg omdat er bijvoorbeeld een handvat stuk is. Door de box te hergebruiken als broeikas verminder je de afvalberg.
Overdag haal je het deksel van de opbergbox en kunnen de plantjes veel zonlicht vangen dankzij het doorzichtig plastic. Dan gaan ze geen extra lange, zwakke stengels vormen zoals ze doen als ze binnenshuis opgekweekt worden. ’s Nachts doe je het deksel er op zodat de plantjes beschermd zijn tegen de slakken. Het voordeel van ze buiten te laten tijdens de nacht is dat ze wennen aan de frissere nachttemperaturen. Op die manier krijg je sterkere planten om later in volle grond of in een bloempot uit te planten.

Transparante opbergbox als miniserre of minikas

Indien nodig kan je overdag wat gaas boven de open box leggen als je plaaginsecten wil tegenhouden. Dat kunnen bijvoorbeeld koolwitjes zijn die eitjes willen leggen op koolplantjes. Uit die eitjes komen dan de gevreesde rupsen die de plantjes opvreten. Ook de koolvlieg, preivlieg, uienvlieg en alle andere vliegende of kruipende beestjes die het gemunt hebben op je jonge plantjes worden door dit gaas tegengehouden.

Transparante opbergbox als miniserre of minikas


zondag 18 maart 2018

Maak een zonnekaart van je tuin

halfschaduw plant zonnekaart standplaats schaduw zon infographic

Als je planten koopt zit er altijd een etiket bij met zwart-witte icoontjes van zonnetjes. Die symbolen geven weer of die plant het best in de schaduw, halfschaduw of de volle zon groeit. Het beste moment om te bepalen waar die drie zones zijn in je tuin is het begin van de lente of de herfst. Op 21 maart en 21 september is de daglengte namelijk gelijk aan de nachtlengte, dus twaalf uur. Handig als je een volledige dag moet waarnemen en makkelijk om te rekenen.

Observeer op die dagen grondig je tuin. De plaatsen waar er meer dan zes uur zon valt - dus meer dan de helft van de dag - is ideaal voor zonnige planten. Deze planten hebben op hun etiket het icoontje "witte zon". Een deel van je tuin dat tussen de drie en zes uur zon krijgt is geschikt voor planten van de halfschaduw. Het icoontje op hun label is een "zwart-witte zon". Plaatsen die minder dan drie uur per dag zon krijgen zijn schaduwzones en dus enkel geschikt voor schaduwplanten. Hun icoon is een "zwarte zon". Deze icoontjes staan ook op onze infographic waardoor je vanaf vandaag een betere plantenkeuze kan maken als je nog eens naar een tuincentrum gaat.

maandag 12 februari 2018

Rabarber bemesten in de late winter

Rabarber bemesten met compost of organische meststof in februari of maart

Bemest je rabarberplant in februari of maart met compost of organische mest. Rabarber heeft immers veel voeding nodig om zijn grote bladeren te vormen maar ook om de voedselreserve in de wortelstok weer op peil te brengen. Dankzij de voedselreserve van vorig jaar heeft de plant immers (ondergronds) de winter overleeft en die opgebruikte voeding moet nu weer aangevuld worden.

maandag 29 januari 2018

Eetbare pompoenpitten kweken

Eetbare pompoenpitten kweken en oogsten van de oliepompoen Gleisdorfer Ölkürbis

Onze eerste eetbare pompoenzaden hebben we de voorbije herfst geoogst. Het kweken gaat zoals bij gewone pompoenen maar we hebben de zaadjes wel laten voorweken op vochtig keukenpapier om te verhinderen dat ze té vochtig worden. Pompoenzaden rotten immers heel gemakkelijk.
Door het voorkiemen krijgen de planten groeivoorsprong als je in mei de gekiemde zaadjes in de grond steekt.

Eetbare pompoenpitten kweken zaden voorkiemen en oogsten van de oliepompoen Gleisdorfer ÖlkürbisEetbare pompoenpitten kweken zaden voorkiemen en oogsten van de oliepompoen Gleisdorfer Ölkürbis

Eetbare pompoenpitten kweken zaden voorkiemen en oogsten van de oliepompoen Gleisdorfer Ölkürbis


Nadat de zaadpompoenen uitgeplant waren hebben we er niet meer naar omgekeken. Daar maakten de wilde planten dankbaar gebruik van zoals je kan zien. De insecten en vogels appreciëren dat, ze vinden er volop voedsel. Wij noemen het onze permacultuur jungle. Anderen noemen het onkruid. ;-)

Eetbare pompoenpitten kweken zaden voorkiemen en oogsten van de oliepompoen Gleisdorfer Ölkürbis

Voor het oogsten van de zaden moet je door de gepantserde schil breken en dat is niet makkelijk. Wij hebben een spade gebruikt om de schil te breken. Dat is veiliger dan met een mes dat onverwachts in je hand kan afketsen.  Eind september, begin oktober is ideaal om de pompoenen te oogsten. Langer wachten kan zorgen dat de pompoenen beginnen te rotten waardoor het oogsten van de zaden een vieze bedoening wordt. Het voordeel is dan wel dat de schil zachter is maar je riskeert dan wel dat de zaden niet meer bruikbaar zijn.

Eetbare pompoenpitten kweken zaden voorkiemen en oogsten van de oliepompoen Gleisdorfer Ölkürbis

Eetbare pompoenpitten kweken zaden voorkiemen en oogsten van de oliepompoen Gleisdorfer Ölkürbis

De zaadpompoen die wij kweekten is de naaktzadige Gleisdorfer Ölkürbis. Dat naaktzadige is nuttig om de zaden makkelijk te kunnen reinigen en etensklaar te maken maar dat is een onderwerp voor een volgend blogbericht.

zaterdag 23 december 2017

Waar komt het woord moestuin vandaan?

De oorsprong van het woord moestuin

Bij het woord moestuin denk iedereen spontaan aan groenten, maar kruiden en fruit horen daar ook bij. Het gaat immers allemaal om planten die iets eetbaars leveren. Waarom noemt men een groententuin eigenlijk een moestuin?

Het woord moes betekende oorspronkelijk spijs of voedsel in het algemeen. Omdat men meestal een soort brij van graangewassen of andere planten at verwees moes in de 10de eeuw specifiek naar fijngehakte of fijngekookte planten. Er werden toen immers nog veel groenten en kruiden uit het veld of de berm geplukt. Omdat die planten nooit rauw werden gegeten maar wel eerst werden gekookt om ze tot brij of pap te kunnen omvormen werd dit plantenvoedsel geleidelijk aan warmoes genoemd, de samenstelling van warm en moes. Veel later, in de 15de eeuw werd het woord warmoes gebruikt voor groente als gewas, dus geteelde groenten.

Naast geplukte planten uit de natuur at men bij de Germanen ook geteelde inheemse groenteplanten zoals wortelen, rapen, bieten en tuinbonen. Vanaf de middeleeuwen begon men ook steeds meer uitheemse planten als groenten te telen die via monniken en kruisvaarders naar Europa werden meegebracht.  Ze kwamen in de kloosters en de kastelen terecht. De verantwoordelijke van de groentetuin van een kasteelheer werd logischerwijze warmoezenier genoemd. Vele eeuwen later ontstond hieruit het woord moestuin. Het betekent dus eigenlijk ‘de plaats waar planten gekweekt worden om er later warm voedsel mee te maken’. Smakelijk eten iedereen! :-)

In de moestuin (De warmoezenierster) - Schilderij van Anton Mauve - 1886