Tuintips voor ecologisch tuinieren in moestuin en siertuin
Lijfspreuk
"Tuinieren is de meest therapeutische, ecologische en opstandige daad die je voor jezelf, je gezin en de maatschappij kan verrichten" (Filip Muylle - Bliss)
Heb je een kleinere tuin maar wil je toch graag een boom of
grote struik planten, koop dan smalblijvende planten, liefst inheemse. Als je in je zoekopdracht
de kernwoorden “fastigiata”, “geveerde spil”, “zuilvormig” of “opgaand”
plaatst, dan krijg je bomen of struiken die niet breed uitgroeien.
De geveerde spil op onze foto is de inheemse Cornus Mas of Gele kornoelje. Deze struik levert al bloempjes in februari en maart vóór er blaadjes aankomen. Zo krijg je een unieke gele kleur tijdens de donkere winterperiode. Bovendien zijn deze vroege bloemen al het eerste voedsel voor veel insecten. Het blad is groen en tegen het einde van de zomer komen er mooie rode vruchten aan de struik. De licht zure vruchten zijn eetbaar voor de mens. Ideaal om jam of confituur van te maken. Als je de vruchten zelf niet opeet zullen de dieren in je ecotuin dat heel graag doen. In de herfst krijg je prachtige rode bladeren en in de winter.
Het pigment
chlorofyl is in de zomer overvloedig aanwezig in het blad en kleurt daardoor
het blad groen. In de herfst vermindert de hoeveelheid zonlicht en dalen de
temperaturen waardoor de aanmaak van chlorofyl daalt. Bovendien beginnen de
bomen op dat moment actief het chlorofyl uit hun bladeren weg te halen om het
in hun takken op te slaan.
De herfstbladeren zullen geel kleuren als het
pigment xantofyl dat al tijdens de zomer in kleinere hoeveelheden in het blad
zaten nu plots in de meerderheid is omdat het chlorofyl verdwenen is. Ze worden
oranje als het pigment caroteen de overhand neemt. Tannines zorgen voor een
bruine kleur. Voor de kleur rood is het pigment anthocyaan verantwoordelijk. In
tegenstelling tot xantofyl wordt anthocyaan pas in de herfst aangemaakt door de
boom. Rode herfstbladeren aanmaken is voor de boom een verdedigingsmechanisme
tegen de insecten die afkomen op de aminozuren in de bladeren. Insecten blijken
namelijk meer aangetrokken te worden tot gele bladeren omdat die evolutionair
gezien zouden wijzen op zwakkere bomen.
Als rode herfstbladeren beter beschermen
tegen insecten, waarom overheerst in Europa dan de gele herfstkleur en in
Noord-Amerika de rode kleur?
Daarvoor moeten we heel erg ver terug gaan in
de tijd. Tot 35 miljoen jaar geleden waren grote delen van de aarde bedekt met
tropisch regenwoud waarvan de bomen altijd groen waren. Relatief plots kwamen de
ijstijden er aan. In die tijd evolueerden de bomen naar bladverliezende planten
die rode herfstbladeren probeerden om insecten af te houden. In Noord-Amerika
en Oost-Azië zorgden de noord-zuid gerichte bergketens dat zowel de bomen als hun
insectenbelagers tijdens de opeenvolgende ijstijden konden emigreren en terug
immigreren in de warmere perioden. De bomen moesten hun verdedigingstechniek
met rode bladeren handhaven.
In Europa waren de Alpen echter geen hulp
maar een belemmering want die bergketen is oost-west gericht en vormde dus een
echte muur die migrerende planten en dieren tegenhield. Vele boomsoorten
stierven uit en daardoor ook de insecten die van hun sap leefden. De sterke boomsoorten
die overleefden hadden niet meer te maken met belagende insecten en daardoor lieten
ze stilaan hun verdedigingsmechanisme van rode herfstbladeren varen.
Heb je al
eens geprobeerd om zonnebloemen met opzet te laat te zaaien? Dan krijg je
dwergzonnebloemen. Normaal
zaai je zonnebloemen in april of mei. Wij zaaiden ze eind juni en nu - na
tweeënhalve maand - zien ze er zo uit. De hoogste komen dan maximaal tot aan je
schouder omdat ze een kortere tijd hadden om te groeien tot het moment van
bloei. Ongeacht hun leeftijd beginnen zonnebloemen namelijk te bloeien zodra de
dagen korter worden dan hun genetisch bepaalde "ideale daglengte", meestal komt dat overeen met de
daglengte in de zomer. In september zijn de dagen al merkelijk korter geworden.
Dat is niet meer de ideale daglengte en daardoor gaan zonnebloemen ten laatste
in september bloeien, onafhankelijk van wanneer ze gezaaid zijn. Wil je echt mini-zonnebloempjes kweken met de
klassieke vogelvoer-reuzenzonnebloemen, dan moet je nog later dan eind juni
zaaien.
Begin oktober zullen ze helemaal uitgebloeid zijn en kunnen ze
dienen als vroeg vogelvoer.
De egel doet het niet goed in België en Nederland. Eén tuin
is te klein als leefgebied maar helaas zijn veel tuinen omheind en onbereikbaar
voor de egels. Help daarom de egel door samen met je buren een opening te maken
naar elkaars tuin. Dat kan een gat zijn in een draadomheining zoals op onze
foto of een tunnel onder een houten omheining of stenen tuinmuur. De ideale
opening is 15 op 15 cm. De egel kan er door maar de huisdieren zoals katten en honden niet. Door deze
openingen kan de egel naar veel meer tuinen op zoek naar het nodige voedsel
zoals slakken, regenwormen, spinnen, kevers en andere insecten. In een ecotuin
vindt de egel voldoende voedsel. Helaas zijn bijlange nog niet alle tuinen in
België en Nederland ecologische tuinen. Aangezien niet elke tuin evenveel
voedsel biedt aan de egel moet hij vlot van de ene tuin naar de andere kunnen
gaan. Door die mix van voedselrijke ecotuinen en kale, “opgepoetste”
woestijntuinen zonder voedsel heeft de egel volgens Natuurpunt ruwweg een leefgebied van tien hectare nodig. Zo begrijp je het belang van een egeldoorgang in je tuin en die
van je buren.
Leg mulch van heermoes rond je tomatenplanten om ze sterker te maken.
We gebruiken het afgesneden heermoes als bodembedekking ("mulch") rond onze tomatenplanten om ze sterker te maken. We doen dit om twee redenen.
Ten eerste zorgt de mulchlaag dat het water in de grond minder snel verdampt. Je moet hierdoor minder water gieten en bovendien blijft de lucht rond de tomatenplant op die manier droog. Dat is meegenomen want tomaten zijn gevoelig aan schimmels en die gedijen goed in vochtige lucht. Mulch is dus een goede voorzorgsmaatregel tegen schimmelaantasting. Mulch van gelijk welke plant geeft dit effect.
Ten tweede gebruiken we specifiek mulch van heermoes omdat het afgestorven heermoesgroen langzaam bepaalde stoffen weer afgeeft aan de bodem en dus aan de tomaten. Het zijn stoffen die de plant met zijn metersdiepe wortels uit de bodem heeft gehaald:
- Kalium zal zorgen dat de tomaten meer smaak hebben
- Calcium zal preventief werken tegen neusrot
- Stikstof zal zorgen voor een goede groei (maar stikstof is niet zo overvloedig aanwezig in heermoes als bij mulch van brandnetels).
Doe zelf eens de test en ga op zoek naar heermoes in je buurt.
Gebruik de grelinette of woelvork om je tuingrond mooi te verkruimelen zonder het bodemleven en de bodemstructuur te verstoren en zonder je rug te belasten. In het filmpje zie je hoe een grelinette moet gebruiken.
Met het bodemleven bedoelen we de zichtbare en onzichtbare levende organismen in de grond. Zichtbare organismen zijn regenwormen, mollen, insecten, spinnen, springstaarten, mijten en schimmels. Onzichtbare organismen zijn nematoden of aaltjes en bacteriën. We noemen ze onzichtbaar omdat ze zo klein zijn dat ze met het blote oog niet te zien zijn.
Met de bodemstructuur wordt de schikking en samenhang van de vaste gronddeeltjes bedoeld. De vaste gronddeeltjes zijn enerzijds de mineralen (zand en klei) en anderzijds de dode organische stof die van afgestorven planten en dieren komt. Een goede bodemstructuur betekent dat ongeveer de helft van het grondvolume uit vaste deeltjes bestaat en de andere helft uit minuscule lege ruimten of poriën. Een goede bodem heeft bovendien zowel grote als kleine poriën. Kleine poriën zijn goed om water vast te houden. Grote poriën houden goed de lucht vast en laten toe dat overtollig water wordt afgevoerd.
Samengevat kan je zeggen dat de levende organismen het dood planten- en dierenmateriaal verkleinen tot minuscule volumedeeltjes die structuur geven aan de bodem en tot minuscule voedseldeeltjes voor de planten. Als je dus de tuingrond omkeert door bijvoorbeeld te spitten met een spade, dan ga je eigenlijk letterlijk de leefwereld van die organismen omdraaien en doen instorten. Zo krijg je logischerwijze slechtere groeiomstandigheden voor je planten. Met de grelinette vermijd je dit.
Tenslotte is de grelinette ook heel goed voor je rug want je hoeft niet meer je rug te buigen terwijl je een zwaar gewicht torst. Je hebt enkel je armspieren en het gewicht van je lichaam nodig om de grelinette te hanteren. Wij kochten onze grelinette bij Huize Boskante in Eernegem.
Vervang je gazon op droge, zonnige, voedselarme plaatsen door de inheemse plant Tripmadam, een overblijvende sedum die de ideale bodembedekker is voor dergelijke gronden. De stengels hangen naar beneden maar in mei beginnen ze zich langzaam op te richten tot ze helemaal rechtstaan. Vanaf dan bloeien ze in juni en juli met gele bloemetjes die gretig bestoven worden door bijen, hommels, zweefvliegen, vliegen, kevers, …
Wij hebben de tripmadam geplant onder onze pluimes waar het heel droog is en waar veel zon valt. Omdat de plant laag blijft buiten het bloeiseizoen is ze perfect om gazon te vervangen op alle zonnige, droge plaatsen: onder bomen, op stadsterrassen, op zanderige grond. De plant komt het meest tot zijn recht als er veel planten bij elkaar staan, dus liefst een paar vierkante meter. Visueel ziet het er dan echt uit als een gazon dat een paar weken niet gemaaid is waar in de zomer bloemetjes bovenuit steken. De hoogte is 15 cm buiten de bloeitijd. De bloemstengels worden maximaal 30 cm hoog. De wetenschappelijke naam voor Tripmadam is Sedum reflexum. De nectar- en pollenwaarde bedraagt 3 op een schaal van 5. Dat is een getal dat vooral door de imkers met honingbijen in de gaten wordt gehouden. Wat goed is voor honingbijen is ook goed voor de andere bijen en insecten.