Lijfspreuk

"Tuinieren is de meest therapeutische, ecologische en opstandige daad
die je voor jezelf, je gezin en de maatschappij kan verrichten"
(Filip Muylle - Bliss)

zaterdag 24 januari 2015

Druivelaar snoeien in januari of februari


Snoei je druivelaar in januari of februari op een vorstvrije, droge dag. Vocht kan namelijk zorgen dat de snoeiwonde beschimmelt en de druivelaar ziek maakt. Zware vorst kan zorgen dat de wonde diep in de stengel doordringt en dat veroorzaakt uiteraard schade.

Ga op deze manier te werk . Snoei 2/3 van de aangroei van de hoofdtak weg. De zijtakken - die de druiventrossen zullen voortbrengen - snoei je in tot je een drietal knoppen overhoudt. Snij die zijtak in op ongeveer 1,5 cm voorbij de 3de knop, zoals op de foto. Snoei de overbodige zijtakjes bijna volledig weg tot er maar een klein stompje overblijft.

Druivelaars in serres hebben het sowieso warmer. Deze druivelaars snoei je dan ook best in december omdat de sapstroom in een kas sneller op gang komt.

maandag 22 december 2014

Frieten maken van vroege aardappelen in december


De vroege aardappelen beginnen in december één of twee dikke topscheuten of uitlopers te vormen die redelijk wat energie vragen en de knol langzaam doen verschrompelen. Dit maakt ze moeilijker te bereiden en tegelijk vermindert hun vitaminegehalte. Als een aardappel enkel een topscheut aanmaakt zal hij na het planten weinig knollen aanmaken die weliswaar wat groter zijn dan gemiddeld. Na nieuwjaar maken de vroege aardappelen in een tweede kiemfase alsmaar meer scheuten aan verspreid over het knoloppervlak. Hierdoor worden ze echt onbruikbaar. Door de uitzonderlijk warme novembermaand kregen ze dit jaar 2014 zelfs al vroeger scheuten dan normaal. Die aardappelen weggooien is echte voedselverspilling. Toch kan je dit verlies vermijden. Als je nog veel vroege aardappelen overhebt in december verwerk je ze best tot frieten die je kan invriezen. Wij gaan ze dan eenmaal voorbakken gedurende 4 minuten op 150° C en laten ze langzaam afkoelen. Dan pas gaan we ze in maaltijdporties verdelen in zakjes en in de vriezer stoppen.


Late aardappelen – de zogenaamde bewaaraardappelen – maken hetzelfde proces van scheutvorming mee maar dan later in het seizoen. Ze beginnen dat normaal te doen vanaf januari en zeker op het moment dat de temperatuur boven de 10°C komt. Controleer daarom vanaf december regelmatig ook de bewaaraardappelen op scheutvorming en kraak de eventuele topscheuten af. Zo kunnen de aardappelen nog tot begin maart bewaard blijven, als ze onder de juiste omstandigheden worden opgeborgen. Dat betekent op een koele, goed verluchte plaats met een temperatuur tussen de 4° en 8° C.

Het verwijderen van de kiemen is echt ecologisch want door het afkraken van de scheuten moet je geen giftige kiemremmers gebruiken om de ‘aardappelen te poederen’. Die kiemremmers zijn immers kankerverwekkend.

Heb je begin maart toch nog veel bewaaraardappelen over, dan kan je ook deze aardappelen tot frieten verwerken. Ofwel laat je hun scheuten van de tweede kiemfase wél groeien want dan kan je die knollen gebruiken als pootgoed voor het nieuwe moestuinseizoen. Dat doe je best op een plaats met veel onrechtstreeks zonlicht en een constante temperatuur van 10° C. Vroege aardappelen kun je uitplanten van half maart tot half april, latere aardappelen in april en mei. Het kweken van aardappelen hebben we vroeger al eens uitgelegd in deze blogtekst.

woensdag 19 november 2014

Herfstbladeren verzamelen in een bladkorf om bladaarde te maken


Verzamel elke herfst vanaf november de afgevallen bladeren in een bladkorf. Laat ze twee tot drie jaar verteren tot bladcompost of bladaarde, een goede bodemverbeteraar die bovendien langzaam een beperkte hoeveelheid voedingsstoffen afgeeft. De organische bladaarde is bruikbaar in de siertuin of de moestuin. Vooral het bodemverbeterend effect is het grote voordeel van bladaarde. Het houdt goed het vocht vast, wat nuttig is bij droge perioden. Als het té vochtig is, dan helpt het juist om snel het overtollige water af te voeren. Bladaarde is dus ideaal bij de aanplant van bomen en struiken.

Bladeren die snel verteren komen van de appel, es, vlier, linde, kastanje en wilg. Traag verterende bladeren zijn die van de plataan, eik en beuk. Zorg dat de hoop bladeren vochtig blijft. In de herfst is dit geen probleem omwille van het mistige weer. Uiteraard kan de zomerperiode heel droog zijn maar alsmaar vaker is ook een grote periode van het voorjaar droger dan vroeger omwille van de klimaatverandering. Vergeet ook niet dat langdurige vrieskou de bladeren serieus uitdroogt. De hoop afdekken zorgt dat het vocht niet snel verloren gaat.

 

vrijdag 24 oktober 2014

Bloembollen van voorjaarsbloeiers planten in oktober


Plant in oktober de biologische bloembollen van voorjaarsbloeiers. Oktober is nog relatief warm en tegelijk al vochtig. Dat zijn ideale omstandigheden om de bloembol te laten wortelen vóór hij de koude winter in moet. De herfstvakantie valt ook in deze maand en is dus een goed moment om bloembollen te gaan kopen. Kies bewust voor biologische bloembollen en niet voor de met gif bespoten versies. De webwinkel van het Belgische Ecoflora en de Nederlandse Ecobulbs en Natural Bulbs bieden biobloembollen aan.
Voorjaarsbloeiers zijn belangrijke voor de overwinterende insecten zoals bepaalde vlinders die bij een vroege lentezon al ontwaken uit hun winterrust en dan meteen voedsel nodig hebben. Ook de bijen en de koninginnen van de hommels zoeken nectar bij het begin van het jaar. De voorjaarsbloeiers zijn dan de enige bron van nectar voor deze insecten.




Bij de bloembollen zijn de sneeuwklokjes de eerste nectarbron van het jaar want ze bloeien al in januari en februari. De krokussen bloeien in maart en vormen - samen met de wilgenkatjes - de eerste massale nectarbron van het voorjaar. Blauwe Druifjes, Narcissen en Hyacinten bloeien in april. Tulpen en Kievitsbloemen komen te voorschijn in april en mei. Ten slotte zijn er de Alliums die het voorjaar afsluiten door in mei, juni en juli te bloeien.



zondag 21 september 2014

Zelf een bodemtest uitvoeren


Heb je pas bouwgrond gekocht dan zoek je best in de herfst uit wat de bodemvruchtbaarheid is van je tuingrond. Ook wie al langer een tuin heeft en wil nagaan welke planten nu écht passen in de eigen streek voert best een bodemtest uit.
Bodemvruchtbaarheid is de mogelijkheid om voedingsstoffen af te geven aan de planten. Die vruchtbaarheid wordt bepaald door chemische, fysische en biologische elementen.

De biologische elementen zullen we bespreken in een van de volgende berichten. De chemische samenstelling hangt af van de soort stoffen die zich in je tuingrond bevinden. Die stoffen zijn afkomstig van gesteente dat in de loop van duizenden jaren is uiteengevallen in minuscule stukjes of korreltjes. Men noemt ze mineralen. De verschillende mineralen zorgen dat je grond eerder zuur of eerder basisch is. Deze chemische samenstelling kan je zelf nagaan met een eenvoudige pH-test. Dit hebben we vroeger al eens beschreven: klik hier om dit nog eens na te lezen.

De fysische samenstelling zegt iets over de grootte van de korreltjes in je tuingrond. De kleinste deeltjes worden klei genoemd, de grootste noemt men zand en de deeltjes met een gemiddelde grootte noemt men leem. Hieronder beschrijven we een bodemtest waarmee je eenvoudig kan onderzoeken op welke bodem jij tuiniert.
Maak op een vijftal plaatsen in je tuin een putje van 15 cm diep. Steek met een plantenschopje telkens wat grond af langs de wand en doe het in een emmer. Haal er de plantenresten en steentjes uit en meng dan de grond goed door elkaar. Neem een grote bokaal met deksel en doe daar ongeveer een kwart liter van de verzamelde tuingrond in. Doe er water bij tot de bokaal bijna vol is. Voeg ook enkele druppeltjes ecologisch afwasproduct bij. Doe het deksel erop en schud de bokaal stevig tot je alleen nog een bruine vloeistof ziet.

  

Zet de bokaal op een plaats waar hij 24u kan staan zonder verplaatst te moeten worden. Gedurende die 24u zullen de gronddeeltjes neerslaan op de bodem. Na een halfuur zullen de zwaarste deeltjes – het zand – al op de bodem liggen. Ongeveer een uur later zal het iets lichtere leem bovenop het zand neerslaan. De volgende dag (24u later) is ook de laag gevormd die de lichte deeltjes bevat, de kleilaag. Boven de kleilaag krijg je bijna helder water. Je test is klaar. Nu ga je rekenen.


Markeer met een stift de bovenkant van de drie grondlagen. Meet de hoogte per laag, deel dit door de totale hoogte van de drie lagen samen en vermenigvuldig dan met honderd. Zo bekom je het percentage zand, leem en klei in je tuingrond. Als die samenstelling overeenkomt met de algemene bodemsamenstelling van je streek, dan is je tuingrond nog de oorspronkelijke grond. Is dat niet zo, dan heb je te maken met grond die recent of lang geleden is aangevoerd uit andere streken.

Zoals je ziet op onze foto hebben wij grond met veel zand (73 %) en ook voldoende leem (23 %) maar praktisch geen klei (4 %). Die samenstelling noemt men lemig zand.
We zijn benieuwd hoe jullie tuingrond is samengesteld. Je kan dit doen door jullie percentages te zoeken in een zogenaamde textuurdriehoek. 

zaterdag 23 augustus 2014

Fruitplukker voor appelen en peren


Pluk de vruchten in je fruitbomen met een perenvanger. Officieel heet zo’n gereedschap een fruitplukker maar wij gebruiken altijd het woord perenvanger omdat dit grappiger klinkt. Dat is een handig gereedschap dat bestaat uit ringvormige plastic band met bovenaan uitsparingen. Je monteert het op een stok en brengt het tot bij de vrucht. Zorg dat de uitsparing rond het steeltje komt en draai de stok zodat het steeltje wordt gebogen. Doe dat in verschillende richtingen. Bij een rijpe vrucht komt het steeltje meteen los van de tak. Biedt het steeltje veel weerstand en komt het niet los, dan laat je de vrucht gewoon hangen want ze is dan nog niet volledig rijp.

Met de fruitplukker kan je alle vruchten bereiken die je niet vanop de grond met de hand kan vastnemen. De allerhoogste vruchten kan je plukken door eerst op een ladder te gaan staan en van daaruit nog eens de fruitplukker omhoog te steken.


Je kan zo'n fruitplukker zelf maken door de bodem van een vijf liter waterfles te snijden en de fles ondersteboven aan een stok te bevestigen. In de fles leg je enkele verfrommelde kranten om de val van de vrucht te breken zodat ze niet beschadigd. Wij gebruikten vroeger zo'n zelfgemaakt gereedschap maar nu hebben we al enkele jaren een handige fruitplukker van Gardena die past op de tuingereedschapsteel Combisystem die we al hadden voor onze hak en hark.


zondag 6 juli 2014

Fruitvliegjes vangen op ecologische wijze

Zwermen fruitvliegjes op het rijpe fruit in de keuken is een gekend zomerverschijnsel dat heel vervelend is. Fruitvliegjes  - ook bananenvliegjes genoemd - planten zich ook heel snel voort, in twee weken ontwikkelen ze van eitje tot volwassen insect. Een plaag van fruitvliegjes lijkt alleen maar tegen te gaan door gif te gebruiken. Dat klopt niet. Wij hebben een volledig ecologische en diervriendelijke methode gevonden. Een zelfgemaakte fruitvliegjes val. Wij noemen het een fruitvliegjes vanger.

fruitvliegjes vanger, fruitvliegjes vangen, ecologisch

Zorg voor een lege PET-fles met dop. Maak enkele kleine gaatjes op een paar centimeter van de bodem. Haal de dop eraf en giet bovenaan een kleine hoeveelheid verse fruitpulp of vers fruitsap in de fles. Azijn of zurige wijn is ook goed.

fruitvliegjes vanger, fruitvliegjes vangen, ecologisch

Schroef de dop er terug op en zet de fles waar je het meest last hebt van de fruitvliegjes. Ze komen op de fruitgeur in de fles af om te eten en eitjes te leggen. Als ze gedaan hebben vliegen ze instinctief naar boven en blijven ze daar vastzitten.

fruitvliegjes vanger, fruitvliegjes vangen, ecologisch

Elke dag giet je het sap of de pulp van de fles uit in de tuin en spoel je het flesje uit want tegen de binnenwand kleven vaak eitjes. Als jj niet spoelt en de fles zomaar weer in de keuken zet kunnen die eitjes al na een dag uitkomen en voor een nieuwe plaag zorgen. Als je dit buiten uitgieten en spoelen een paar dagen doet ben je verlost van de fruitvliegjes.

Zorg wel dat je vanaf dan alle fruitresten meteen uit de keuken verwijderd, ook omwille van die snelle voortplanting. Gooi ze ofwel op de composthoop of gooi ze in een goed afgesloten vuilnisbak die buiten staat. Ook in een donkere vuilnisbak binnen vol fruitresten kan een fruitvlieg via een minuscuulkiertje naar binnen en zich probleemloos voortplanten.
Sluit ook goed de flessen af waarin alcoholhoudende dranken zitten. Alcohol is gegiste suiker en de vliegen denken dat dit rottend fruit is en komen daar massaal op af. Probeer maar eens ongestoord een glas rode wijn te drinken in je keuken waar er fruitvliegen zijn. Ze zijn dol op op dat 'druivensap'.