Lijfspreuk

"Tuinieren is de meest therapeutische, ecologische en opstandige daad
die je voor jezelf, je gezin en de maatschappij kan verrichten"
(Filip Muylle - Bliss)

donderdag 25 juni 2015

Ecologische grasmaaier

Een gazon is niet het meest ecologische onderdeel van een tuin. Bovendien vraagt een gazon heel veel onderhoud. Een kort gemaaid stukje gras is echter wel heel plezant voor de spelende kinderen of om te relaxen in de zomer. Daarom dat bijna elke tuineigenaar toch een gazon heeft. Dat is dan meteen de reden waarom wij een tip geven om op zijn minst het maaien van het gras zo ecologisch mogelijk te houden.

ecologische grasmaaier, brill, duwmaaier ecologische grasmaaier, brill, duwmaaier

ecologische grasmaaier, brill, duwmaaier ecologische grasmaaier, brill, duwmaaier

Sinds enkele jaren gebruiken wij een gloednieuwe duwmaaier zonder motor, de zogenaamde handmaaier. Het is er eentje van het oude, degelijke Duitse merk Brill. Wij noemen het lieflijk ‘ons duwertje op mankracht’ want vervuilende benzine of elektriciteit komt er inderdaad niet aan te pas. Het weegt ook veel minder dan een klassieke maaier op elektriciteit of benzine en is dus veel lichter in gebruik. Grasmaaien wordt hierdoor een aangename, sportieve bezigheid in open lucht. Het maaiertje produceert ook geen geluid wat in onze hectische leefomgeving een grote luxe is.
Als we eerlijk zijn, dan moeten we wel toegeven dat de bijgeleverde opvangbak niet zo goed werkt. Als je aan het maaien bent merk je meteen dat er meer gras naast de bak vliegt dan erin. Wij lossen dat dan op door achteraf het gras bijeen te harken met een grashark.

Alles bij elkaar is de motorloze duwmaaier volgens ons een aanrader voor elke ecologische tuinier die het arbeidsintensieve gazon toch wat minder milieubelastend wil maken. Tijdens het maaien kan je dan in alle rust nadenken over hoe je het gazon kleiner kan maken en de vrijgekomen ruimte ecologischer kan inrichten. Een extra border, een bloemenweide, een hooiveldje, wat meer struiken. Je moet blijven dromen.

zondag 10 mei 2015

Wisselteelt geheugensteun

Wisselteelt vruchtwisseling moestuin volkstuin schema, combinatieteelt, teeltwisseling, teeltrotatie, ecologische moestuin, volkstuin, geheugensteun wisselteelt, ezelsbruggetje wisselteelt, moestuinweetjes, biologische moestuin

Wisselteelt toepassen in de moestuin is een volgende stap in het moestuinieren-zonder-gif. Wisselteelt heeft als doel te vermijden dat er ziekten komen door slechte schimmels, aaltjes of luizen en om te voorkomen dat een bepaalde groente te weinig voedingsstoffen krijgt. Dit doe je door de groentefamilies niet altijd op dezelfde plaats te kweken. Je gaat dus het telen wisselen van plaats, vandaar de naam wisselteelt.

Ons teeltplan is eenvoudig. Zorg dat je zes perkjes hebt in je moestuin en plant of zaai in die perkjes de groenten zoals op het schema APKBVW (= Aardappelen-Peulvruchten-Koolgewassen-Bladgewassen-Vruchtgewassen-Wortelgewassen). Dat betekent dus aardappelen in het eerste perk, peulvruchten in het tweede, enzovoort. Het volgende seizoen schuif je het blok ‘Aardappelen’ naar achteren en schuif je de andere blokjes één plaats op naar links. Zo krijg je de volgorde die je het tweede seizoen moet toepassen: peulvruchten in het eerste perk, kolen in het tweede, enzovoort.  Zo ga je op het einde van elk seizoen het eerste blokje naar achteren schuiven om de nieuwe teeltvolgorde te krijgen. Je kan de moestuinperken op één rij schikken zoals op het schema, of op twee rijen of in cirkelvorm. Het maakt niet uit, zolang je de volgorde APKBVW respecteert. Je kan die volgorde het makkelijkst onthouden met ons geheugensteuntje “Alle Pesticiden Kunnen Beter Vermeden Worden”. ;-) Dit ezelsbruggetje is zó goed dat zelfs de ecologische tuinvereniging VELT en andere moestuiniers het zijn beginnen te gebruiken. :-)

Er bestaan heel veel verschillende schema’s voor wisselteelt, maar wij kiezen voor een eenvoudig model dat goede resultaten geeft bij klassieke ecologische teelt.  Daarmee bedoelen we een teelt die gericht is op een zo groot mogelijk opbrengst, dus ‘landbouw in het klein’. Ons schema is niet het meest optimale maar het geeft meer dan behoorlijke resultaten en zorgt voor weinig mislukkingen. Wat heel belangrijk is bij beginnende moestuiniers om de moed erin te houden. ;-)

Wisselteelt toepassen samen met combinatieteelt is echter nog ecologischer. Het meest natuurlijke moestuinieren is ten slotte permacultuur. Deze twee onderwerpen komen later nog wel eens aan bod. Wij zijn momenteel al heel blij als de nog talrijke gifgebruikende moestuiniers overschakelen naar ecologische wisselteelt. Elke stap in de goede richting is gezondheidswinst voor de mens en het milieu!

woensdag 29 april 2015

Vogels helpen met haar van huisdieren


Eind maart stop je best met het voederen van de vogels. Toch hoef je niet alle voederinstallaties op te bergen. Vul in april of mei een pindakorfje of vogelvoederhuisje met hondenhaar, kattenhaar, pluimen van siergras of verdroogd mos. Hang daarna het korfje op in een struik of boom. De vogels die een nest aan het maken zijn zullen gretig gebruik maken van het zachte nestmateriaal dat je hen aanbiedt. Eens de vogels broeden in je tuin of in je buurt, zorgen ze dat de insectenpopulatie onder controle blijft want ze vangen enorm veel insecten als voer voor hun jongen. Alle korte vezels zijn bruikbaar. Lange vezels zijn slecht want daarin kunnen de vogeljongen zichzelf wurgen.



zaterdag 14 maart 2015

Phlomis Russeliana, de ideale plant voor een ecotuin

Na de enthousiast bezochte tekst over onze ecotuin gaan we even dieper in op de planten die passen in een tuin waar je de planten zelf het werk laat doen. Dit zijn planten die zichzelf uitbreiden zonder te woekeren.


De Phlomis Russeliana of brandkruid is een prachtige tuinplant. Het brandkruid uit de Lipbloemenfamilie is bovendien een ideale plant voor de ecologische siertuin want ze combineert een aantal zeer interessante eigenschappen. Het blad is een goede bodembedekker, de plant breidt zich gestaag uit en het blad is groenblijvend in de winter. De bloemen zijn subtiel geel van kleur en gegeerd bij de bijen en hommels. De bloemstengels zijn sterk en hoog en hebben een mooi wintersilhouet dankzij de mooie zaaddozen.



De plant groeit gemakkelijk en kent geen ziektes of belagers en ze bloeit heel de zomer. Het blad van de Phlomis bevat onkruidwerende stoffen. De droge bladeren werden vroeger gebruikt als pit voor olielampen en dat verklaart meteen de naam Brandkruid.


zaterdag 28 februari 2015

Een mooie tuin met weinig werk


Dat een ecologische tuin goed is voor de gezondheid en de biodiversiteit voel je als ecotuinier meteen aan door de lekkere groenten die je uit je moestuin haalt en door de vele dieren die spontaan naar je siertuin komen. Dat gevoel is nu ook wetenschappelijk bevestigd in een doctoraatsonderzoek van Belgisch bio-ingenieur Valerie Dewaelheyns. Volgens haar zijn tuintjes ook goed om koolstof op te slaan, een stof die broeikasgas afbreekt. Op die manier helpen ze zelfs de klimaatverandering tegengaan. Als je weet dat in Vlaanderen 8% van de grondoppervlakte bestaat uit privétuintjes terwijl bos nog altijd maar 11% inneemt, dan begrijp je dat de tuintjes heel belangrijk kunnen zijn om milieuproblemen op te lossen.
Helaas is dat grote potentieel onvolledig benut omdat de meeste tuinen niet ecologisch beheerd worden. Daar willen we met Ecotuinweetjes al jaren verandering in te brengen en met dit onderzoek voelen we ons gesteund om verder te doen. Ecologisch tuinieren betekent dat je de natuur meer zijn gang laat gaan. Simpel gezegd laat je de tuin dus verwilderen. De tuin mag je niet zien als een uitbreiding van je gestofzuigde living want dan krijg je alleen een gemillimeterd gazon omringd door dode stenen en dode beesten. Alleen taxidermisten die biljarten voelen zich thuis in zo’n groene woestijn. Nee, je moet een tuin eerder zien als een verlengstuk van de natuur rondom je huis. Daarom mag een plant net als in de natuur groeien op de plaats waar hij zich het best voelt en niet altijd op de keurslijfplek waar de tuineigenaar het wil. De tuin verwilderen is de natuur zijn gang laten gaan terwijl jij er alleen op toeziet dat alle planten zich inburgeren in je tuingemeenschap zonder een minderheidsgroep te onderdrukken.

De grote vraag is natuurlijk hoe je dat doet, je tuin laten verwilderen. Mensen van de smetvreesgeneratie slaan meteen in paniek. Verwilderen dat is volgens hen de rommel in je tuin laten liggen, het bouwvallige tuinhuis niet repareren en overal het onkruid laten groeien. Zij denken verkeerd. Echt tuinieren is gewoon het gericht sturen van spontane groei, zegt de Nederlandse tuinier-schrijver Romke Van De Kaa. In zijn boek ‘Verwilderen’ legt hij op een heldere en heel grappige manier uit hoe je die spontane groei kan stimuleren en sturen tegelijk.


In de eerste plaats moet je de planten het werk laten doen, dan moet jij minder tijd spenderen. Dat betekent dat je planten die spontaan komen ‘aanwaaien’ niet meteen uittrekt. Planten die je zelf zet of zaait, plaats je op een natuurlijke wijze en niet in vierkante perkjes. Als die planten later via hun zaad elders in de tuin opkomen ga je ze ook niet verwijderen.
Een volgende maatregel is je gazon anders beheren. Het kort gemaaide, egaal groene gazon is een van de meest arbeidsintensieve tuinelementen. Probeer dus die oppervlakte te verminderen door een deel ervan langer te laten groeien zodat madeliefjes en klaverbloempjes de kans hebben om te groeien. Het kleine deel dat je wel nog intensief maait kan meer koolstof ophouden als je het gras maait en mulcht. Dat betekent dat het gras tijdens het maaien heel fijn versneden wordt en blijft liggen. Het dient meteen als voeding voor de wortels. Extra bemesting is niet meer nodig. Mulchmaaiers worden dan ook door alsmaar meer mensen gekocht.
Een derde aspect van verwilderen is het kiezen van de juiste planten die in je tuingrond en je tuinklimaat passen. Hierover geeft Romke Van De Ka heel veel tips met telkens een grappige anekdote of kritische opmerking over een niet-ecologische manier van tuinieren. In een volgend bericht gaan we hier verder op in.

Door deze principes toe te passen heb je steeds minder tuinwerk en krijg je een gevarieerde, kleurrijke tuin waar allerlei dieren zich thuis voelen. Volgens Romke wordt tuinieren dan intelligenter en spannender. De lente is nog niet in het land. Je hebt dus nog tijd om naar de boekhandel te gaan en dit grappige boek te lezen. Eind maart ben je dan volledig klaar om je tuin nóg ecologischer te maken.


zaterdag 24 januari 2015

Druivelaar snoeien in januari of februari


Snoei je druivelaar in januari of februari op een vorstvrije, droge dag. Vocht kan namelijk zorgen dat de snoeiwonde beschimmelt en de druivelaar ziek maakt. Zware vorst kan zorgen dat de wonde diep in de stengel doordringt en dat veroorzaakt uiteraard schade.

Ga op deze manier te werk . Snoei 2/3 van de aangroei van de hoofdtak weg. De zijtakken - die de druiventrossen zullen voortbrengen - snoei je in tot je een drietal knoppen overhoudt. Snij die zijtak in op ongeveer 1,5 cm voorbij de 3de knop, zoals op de foto. Snoei de overbodige zijtakjes bijna volledig weg tot er maar een klein stompje overblijft.

Druivelaars in serres hebben het sowieso warmer. Deze druivelaars snoei je dan ook best in december omdat de sapstroom in een kas sneller op gang komt.

maandag 22 december 2014

Frieten maken van vroege aardappelen in december


De vroege aardappelen beginnen in december één of twee dikke topscheuten of uitlopers te vormen die redelijk wat energie vragen en de knol langzaam doen verschrompelen. Dit maakt ze moeilijker te bereiden en tegelijk vermindert hun vitaminegehalte. Als een aardappel enkel een topscheut aanmaakt zal hij na het planten weinig knollen aanmaken die weliswaar wat groter zijn dan gemiddeld. Na nieuwjaar maken de vroege aardappelen in een tweede kiemfase alsmaar meer scheuten aan verspreid over het knoloppervlak. Hierdoor worden ze echt onbruikbaar. Door de uitzonderlijk warme novembermaand kregen ze dit jaar 2014 zelfs al vroeger scheuten dan normaal. Die aardappelen weggooien is echte voedselverspilling. Toch kan je dit verlies vermijden. Als je nog veel vroege aardappelen overhebt in december verwerk je ze best tot frieten die je kan invriezen. Wij gaan ze dan eenmaal voorbakken gedurende 4 minuten op 150° C en laten ze langzaam afkoelen. Dan pas gaan we ze in maaltijdporties verdelen in zakjes en in de vriezer stoppen.


Late aardappelen – de zogenaamde bewaaraardappelen – maken hetzelfde proces van scheutvorming mee maar dan later in het seizoen. Ze beginnen dat normaal te doen vanaf januari en zeker op het moment dat de temperatuur boven de 10°C komt. Controleer daarom vanaf december regelmatig ook de bewaaraardappelen op scheutvorming en kraak de eventuele topscheuten af. Zo kunnen de aardappelen nog tot begin maart bewaard blijven, als ze onder de juiste omstandigheden worden opgeborgen. Dat betekent op een koele, goed verluchte plaats met een temperatuur tussen de 4° en 8° C.

Het verwijderen van de kiemen is echt ecologisch want door het afkraken van de scheuten moet je geen giftige kiemremmers gebruiken om de ‘aardappelen te poederen’. Die kiemremmers zijn immers kankerverwekkend.

Heb je begin maart toch nog veel bewaaraardappelen over, dan kan je ook deze aardappelen tot frieten verwerken. Ofwel laat je hun scheuten van de tweede kiemfase wél groeien want dan kan je die knollen gebruiken als pootgoed voor het nieuwe moestuinseizoen. Dat doe je best op een plaats met veel onrechtstreeks zonlicht en een constante temperatuur van 10° C. Vroege aardappelen kun je uitplanten van half maart tot half april, latere aardappelen in april en mei. Het kweken van aardappelen hebben we vroeger al eens uitgelegd in deze blogtekst.