Ons experiment om aardappelen te kweken onder mulch is
gelukt! Dat houdt in dat je de aardappelen gewoon op de grond legt en er dan
grasmaaisel bovenop legt. Ook het ophogen nadien doe je met mulch. Op de video
zie je hoe we geoogst hebben.
xxx
"Tuinieren is de meest therapeutische, ecologische en opstandige daad
die je voor jezelf, je gezin en de maatschappij kan verrichten" (Filip Muylle - Bliss)
Ons experiment om aardappelen te kweken onder mulch is
gelukt! Dat houdt in dat je de aardappelen gewoon op de grond legt en er dan
grasmaaisel bovenop legt. Ook het ophogen nadien doe je met mulch. Op de video
zie je hoe we geoogst hebben.
xxx
Knip in juni de opkomende
bloemstengels van je lookplanten. Zo steekt de plant meer energie in de
lookbollen én jij kan de krullende stengels gebruiken in de keuken.
Doordat de plant geen energie meer steekt in de bloem en later de zaden gaat de energie naar de lookbollen waardoor je grotere bollen zal kunnen oogsten. De afgesneden bloemstengels kan je op veel manieren gebruiken in de keuken: fijngesneden in een slaatje of een yoghurtdip. Je kan de stengels ook in iets langere steeltjes snijden en ze meebakken in een wokschotel.
In april zijn we gestart met een experiment om aardappelen te telen onder mulch. Die mulch kan alle vormen van fijne, gedroogde plantenresten zijn: stro, hooi, grasmaaisel, compost ... . Wij probeerden een keer met compost en een keer met grasmaaisel. Welke mulch je ook gebruikt, het principe is altijd hetzelfde. Eerst leg je de aardappelen gewoon op de grond. Je hoeft dus geen geulen of putjes te graven. Daarna bedek je de aardappelen met fijne mulch tot je niets eer ziet van de knol. Daarna mag je iets grovere mulch gebruiken om verder te bedekken tot je een laagje van ongeveer 10 cm hebt. Na enkele weken weken komt de tweede fase. Als de aardappelplantjes ongeveer 10 cm boven de mulch uitkomen, ga je de stengels weer bedekken met mulch tot enkel nog te bovenste bladeren zichtbaar zijn. Net zoals je bij de klassieke aardappelkweek doet. Hieronder zie je de start van onze twee experimenten.
Bij experiment 1 werken we met fijne en grove compost.
Als je ecologisch te werk wil gaan kan je best een kartonnen WC rolletje gebruiken. Bij deze methode raden wij aan om het rolletje eerst plat te drukken en daarna weer open te vouwen. Vervolgens druk je het rolletje een tweede keer plat zodat de eerste plooien op elkaar komen te liggen. Je krijgt nu vier plooien. Open je hierna het rolletje een laatste keer, dan krijg je een potje dat niet meer cirkelvormig maar vierkantig is. Meet de lengte van de zijde van het vierkant en deel dat getal door twee. Die halve lengte is dan de afstand die je in elke plooi losknipt. Op die manier krijg je vier randen die je kan plooien tot je een bodem krijgt in je potje.
Als alles afgewerkt is heb je een mooi plantpotje dat heel erg geschikt is om daarin één zaadje te laten ontkiemen. Je kan het potje makkelijk plaatsen waar je maar wil. Ze passen bijvoorbeeld ook perfect in een eierdoos.Als je water geeft wordt ook het karton vochtig. De worteltjes kunnen via de openingetjes in de bodem naar buiten groeien. Als je dat ziet is het plantje klaar om met kartonnen potje en al in de volle grond te worden gezet. Door de vochtigheid gaat het karton langzaam verteren en composteren. De worteltjes krijgen vrij spel en kunnen nu in de volle grond gaan doorgroeien.
Wij gebruiken een Weckpot als mini-serre om ons zelfgeoogst peperzaad te laten ontkiemen. Dat doe je best in februari of begin maart. We leggen eerst een vochtig keukenpapier op de bodem van de Weckpot. Daarop leggen we dan de zelfgekweekte peperzaadjes. We doen het deksel dicht en zetten de pot op de verwarming. De warmte doet het vocht verdampen en daarna neerslaan op de binnenkant van het deksel. Op die manier drupt het gecondenseerde vocht weer naar beneden. Met deze techniek hebben de warmteminnende zaden het warm genoeg maar drogen ze dus niet uit. Na een tweetal weken ontkiemden onze zaden. Daarna gaan we de kiempjes in potjes met aarde laten ontwikkelen.